Lensimplantatie: een extra lens in uw oog ter vervanging van uw (lees)bril

Of u kiest voor ooglaseren of voor het implanteren van een lens, hangt van veel factoren af. De mate van oogafwijking bepaalt de manier van behandelen. De meeste oogafwijkingen tot min zeven kunnen gelaserd worden. Als de sterkte hoger is, kunt u beter kiezen voor een lensimplantaat. Dit is een operatie waarbij een klein sneetje in het oog wordt gemaakt. De nieuwe lens zetten we vast aan de iris, voor de pupil. Het is dus een extra lens in de voorste oogkamer. Feitelijk een bril, maar dan direct in het oog. De lensimplantaties worden uitgevoerd bij 18- tot ± 60-jarigen die aan bepaalde voorwaarden voldoen. De lenzen worden gebruikt bij hoge bijziendheid, hoge verziendheid en cilinderafwijkingen.

Lezen zonder leesbril
Een lensimplantaat kunnen we ook gebruiken als u een leesbril nodig heeft ten gevolge van oudersdomsverziendheid. Tijdens het ouder worden treedt presbyopie op: dit is verlies van flexibiliteit in het oog. Zowel uw ooglens als de oogspieren kunnen blijvend verharden en daardoor kunt u dichtbij minder goed zien. U heeft dan een leesbril nodig. Presbyopie heeft niets te maken met het hoornvlies en kan dus niet goed met laseren verholpen worden. Multifocale of accommoderende lensimplantaten bieden hier wel een oplossing. In sommige gevallen van hoge bijziendheid of verziendheid of als u last heeft van grijze staar wordt de ooglens helemaal vervangen.

De ingreep is omkeerbaar
In tegenstelling tot de ooglaserbehandeling is een lensimplantatie te herstellen: het lensje kan zo nodig worden verwijderd. Daarbij blijft het centrale hoornvlies, dat belangrijk is voor een helder zicht, intact.

Verschillende soorten lenzen
Er zijn verschillende keuzes in implantlenzen. De Artisan® Refractieve Implantlens is een kunststoflens die wordt geïmplanteerd vóór de eigen ooglens. Er bestaat ook een torische variant voor cilinderafwijkingen en zelfs een zacht, vouwbaar type (Artiflex). De oogarts zal de voor u beste keus bespreken bij het vooronderzoek. De kunstlens heeft in principe één sterkte. Als u bijziend bent kunt u op afstand goed zien zonder bril of met een bril met een heel kleine correctie. Om in dat geval dichtbij goed te kunnen zien, moeten de meeste bijziende mensen er dus wel een leesbril bij dragen. Dankzij de komst van een nieuwe generatie lenzen hoeft dat niet meer: afstand en dichtbij zijn geïntegreerd. Deze multifocale lenzen zijn medisch gezien echter niet voor iedereen geschikt en daarnaast hebben ze een meerprijs: patiënten moeten ze zelf bekostigen. Aan de andere kant is een multifocale bril ook niet goedkoop. Er is bovendien een accommoderende lens in ontwikkeling. Die heeft ook één sterkte, maar die benadert de natuurlijke lens heel sterk. De nieuwste ontwikkeling is een accommoderende implantlens. Die beweegt in uw oog, omdat deze net als uw natuurlijke lenzen samenwerkt met de oogspier.