
De werking van het oog is vrij complex. Licht zorgt ervoor dat wij kunnen zien, vandaar dat wij in het donker minder goed kunnen zien. In een oog dat normaal werkt, vallen lichtstralen door de ooglens naar binnen en komen bij elkaar in een brandpunt, dat precies op het midden van het netvlies valt. Cellen in het netvlies geven deze impulsen vervolgens via de oogzenuw door aan de hersenen, die de binnengekomen informatie voor ons vertalen naar een scherp beeld.
Als lichtstralen door een afwijking van het oog op ‘verkeerde' (gebroken) wijze het oog binnenkomen, ontstaat er een onscherp beeld. Er zijn drie verschillende brekingsafwijkingen van het oog: